'Even ontkalken'


Wat doe je tegen dichtgeslibde bloedvaten? Ontslibben natuurlijk. Maar hoe? Het verhaal gaat dat vlak na de oorlog in Amsterdam een drankzuchtige patholoog-anatoom werkte die het cardiologische licht had gezien. Alcohol! Dat zou een probaat middel zijn tegen ziekten van hart- en vaat. Telkens als hij bij sectie de bloedvaten van een collega-drinkebroer openritste riep hij triomfantelijk uit: ‘Mijne heren. De bloedvaten zijn glanzend schoon’.

Aan die man moest ik denken toen ik twee weken geleden in Wel en Wee de kop Even ontkalken tegen hart- en vaatziekten las. ‘Wie zijn waterkoker of koffiezetapparaat een lang leven gunt’, zo ging het stuk verder, ‘ontkalkt het regelmatig met azijnzuur. Maar niet alleen waterkokers en koffiezetapparaten hebben te lijden van kalkafzetting. Ons lichaam doet dat evenzeer.’ De conclusie ligt voor de hand: door het ontkalken van je bloedvaten bestrijdt je hart- en vaatziekten. ‘En dat is precies wat chelatietherapie doet’, zo belooft het stuk waarin de Zutphense chelatiedokter Ron Velthuis uitgebreid de zegeningen van de therapie bezingt.

De theorie van deze therapie is verleidelijk eenvoudig. Sinds de Tweede Wereldoorlog beschikken artsen over middelen die metalen uit het lichaam kunnen verwijderen. EDTA is zo’n middel. Het wordt gebruikt bij vergiftigingen met zware metalen zoals lood of kwik. Welnu. In de plaques, de aangekoekte plakken cholesterol die de bloedvaten verstoppen, zit kalk en dat is ook een metaal. Toen men dat begreep was de volgende stap niet zo moeilijk. Rond 1960 bedacht een dokter dat je het kalk in die verstoppingen kunt losweken en als het kalk verwijderd is dan vallen de verstoppingen vanzelf wel uit elkaar. ‘Even ontkalken’? Nu ja, daar zijn minstens twintig  behandelingen met een EDTA-infuus voor nodig met een gemiddelde prijs van 120 euro per keer.

Prachtig allemaal. Maar werkt het ook? ‘In de meeste gevallen zie je een aanzienlijke verbetering van de klachten optreden’, zegt Velthuis. Is dat zo? Tja, zo geeft Ron toe, op röntgenfoto’s valt een bloedvatverruiming amper aan te tonen. Dat is ook niet zo vreemd. De neerslag van cholesterol in de bloedvaten is de belangrijkste oorzaak van de vernauwing en kalk komt pas in een vergevorderd stadium in die vernauwing terecht.

Met chelatietherapie is het van begin af aan gedonder geweest. Al in 1963 verscheen een onderzoek in een gerespecteerd medisch tijdschrift waaruit bleek dat deze therapie geen nut heeft. In 1983, toen na een campagne in de dames- en roddelbladen chelatietherapie hevig in de mode kwam schreef de Gezondheidsraad een vernietigend rapport. Een jaar later schreef de Geneeskundig Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid een waarschuwende brief ‘aan alle artsen van Nederland’. Niet dat dit voor Velthuis wat uitmaakt. Volgens hem kloppen al die onderzoeken niet, en de verslaggeefster verzuimde te vragen wat er precies niet klopt.

Maar gelukkig, zo schreef chelatie-dokter E. Schweden drie jaar geleden, is men in Amerika met een grondig onderzoek begonnen. “Het blijft natuurlijk de vraag hoe de medische wereld zal reageren op een positieve uitslag voor de chelatietherapie.”

Dat onderzoek is er inmiddels en het is vernietigend. Het verscheen vorig jaar in het Amerikaanse toonaangevende medische tijdschrift JAMA. Een groep patiënten kreeg 15 weken lang twee keer per week een infuus met EDTA, en een andere even grote groep een infuus met een fopmiddel. De EDTA-groep voelde zich nadien beter en kon veel meer werk verzetten. Halleluja? Nee. Want die andere fopgroep voelde zich evenzeer beter en kon net zoveel werk verzetten. De verbetering zat hem dus tussen de oren.

Hoe de chelatiedokters reageerden op deze negatieve uitslag was voorspelbaar: fraude, schandalig slecht onderzoek, junk science en zo meer. Heel typerend. Chelatiedokters houden, net als de andere beoefenaren van pathologische wetenschap, ontzettend van wetenschappelijk bewijs, behalve als ze het niet uitkomt. Was het onderzoek positief uitgevallen dan hadden ze hun gelijk van de hoogste daken geschreeuwd.

 

Jan Paalman
www.janpaalman.nl

30 april 2003