Wie deed het?
Ik ben gek op politieseries, vooral Engelse. Cracker, Frost, Rebus, Morse, Lewis, Wallander, Dalziel en Pascoe, komen bij de KRO, het Vlaamse Canvas en ook op het internetkanaal Best24 regelmatig langs, en ik heb bijna alle afleveringen gezien. Ze hebben allemaal hetzelfde plot. Het begint met een moord en in de laatste minuut kom je erachter wie het heeft gedaan.
Politieseries spelen een intellectuele wedstrijd met de kijker. Who dunnit?, Wie deed het?, dat is de kern van de plot. De kijker krijgt een reeks verdachte personen voorgeschoteld en moet zich de hele aflevering afvragen wie in godsnaam de dader is. En als het goed is slaat de onthulling aan het eind in als een bom. Niet de favoriete verdachte van de kijker heeft de moord begaan, maar, wie had dit gedacht?, een onschuldig lijkend meisje. De kijker wint als hij lang voor de finale onthulling de moordenaar al kan aanwijzen. We zijn daar thuis met zijn drieën, man, vrouw en zoon van vijftien, onderhand behoorlijk goed in en meestal wijzen we de juiste dader aan.
De truc is om je niets aan te trekken van het plot. Laat je niet door de regisseur in de luren leggen. Je moet je verplaatsen in de maker van het verhaal, want daar ligt de oplossing. In 1929 formuleerde Ronald Knox tien gouden regels voor het detective-verhaal en regel 1 luidt: ‘De crimineel moet al in het begin van het verhaal optreden’. Waarom? Omdat de ontmaskering van een anonieme dader geen schokeffect teweeg brengt. De schrijver of regisseur moet hem tot het laatste moment zien te verbergen in de rij van mogelijke verdachten.
Let daarom op degene die het onmogelijk kan hebben gedaan. In de detectiveromans van Ellery Queen haalde ik de dader er altijd feilloos uit. Als er een man door het verhaal liep, blind als een mol en dement als een kraai, dan was hij gegarandeerd de moordenaar.
Een subtielere variant is het verstoppen van de dader in een onbetekende bijrol. Als die zonder duidelijke reden toch voortdurend in beeld komt, dan kun je er vergif op innemen dat hij het heeft gedaan. In de voorlaatste Wallander kreeg Kurt via een dating-site iets moois met een verrukkelijke dame. En inderdaad. Die was het.
Nee. Een goede politieserie moet het niet van het plot hebben. A Touch of Frost is niet interessant vanwege het plot, maar door de hilarische botsingen tussen Frost en zijn baas ‘ brilslang’ Harry Mullet. Frost is van de oude stempel, haat formulieren, flikkert alle paperassen die hem van het boevenvangen afhouden zo de prullebak in, tot wanhoop van dorknoper Mullet, een papierschuivende manager die alleen maar kan denken in procedures en ‘targets’. Morse is vooral interessant door de klassenoorlog tussen de onuitstaanbare snob Morse en zijn assistent Lewis, een eenvoudige arbeidersjongen met veel gezond verstand. Daarom zijn die series ook in herhaling nog steeds genietbaar.
Voor wie toch dol is op plots heb ik een aardige opdracht. Ooit is een miljoen pond uitgeloofd voor degene die een detectiveroman schrijft met de lezer als dader.
Jan Paalman
2 oktober 2009