Meer licht
Wat voor weer wordt het vandaag?’ Lang geleden, heel lang geleden, was ik op bezoek bij de Arubaanse schoonfamilie van mijn broer. Aruba was toen nog een laatste stukje tropenparadijs, nog niet geteisterd door massatourisme en rondscheurende jetski’s. Voor de touristen stond er toen een hotel of twee, plus een nagebouwde Hollandse windmolen die gedreven werd door ene Paalman die geen familie van mij was. ‘Het weer vandaag? Nou gewoon, net als gisteren en eergisteren’. Ik kwam er al gauw achter dat niemand daar naar het weerbericht luistert. Want het weer is op Aruba maandenlang hetzelfde.
Later vertelde een expat mij dat altijd zon en een frisse passaatwind haar op de zenuwen werkte. Ze miste de Hollandse luchten. De afwisseling van de seizoenen. En afgelopen dinsdag merkte ik pas goed hoe we het met het Hollandse klimaat hebben getroffen. Het was wisselend bewolkt met af en toe een bui toen we dinsdag terugreden van een crematie van een familielid. Treurnis maakt dat je scherper ziet. Ook die dag.
Toen we rijdend over de Maasbrug op het wijdse rivierenlandschap konden neerkijken kwam de zon plotseling vanachter een donkere regenwolk tevoorschijn en zette alles in een helle gloed. De Maas flonkerde. Wolkenschaduwen renden uitgelaten over de uiterwaarden. Prachtig. Prachtig. (Maar ja, zei mijn moeder altijd een tikje cynisch, als een kunstschilder dat schildert dan noemen ze dat kitsch).
Het is de afwisseling die het Nederlandse klimaat zo bijzonder maakt. Het is nu nog koud, donker en nat, maart roert zijn staart en echte katholieken moeten nog vasten tot de Paas. Maar dan hangt er ineens groenig waas in de bomen en zit er lente in de lucht. Dat vieren we door alvast op een te koud terras te gaan zitten waar de mannen hoopvol wachten op ‘rokjesdag’, een vondst van Martin Brill, de magische dag dat vrouwen zich voor het eerst weer fleurig en zonnig gekleed op straat wagen.
Zondag nemen we er alvast een voorschot op want dan begint de zomertijd. En elk jaar moet ik mijn hersenen laten kraken over de vraag of we de klok een uur vooruit moeten zetten of een uur achteruit. (Ik probeer het maar weer eens. Als het in de zomertijd zes uur ‘s avonds is dan is het eigenlijk vijf uur, dus toen we opstonden was het eigenlijk een uur vroeger dan op de klok staat, dus hebben we de klok een uur vooruit gezet. Klopt dat? Ik heb het opgezocht. Het klopt.).
Komende zondag telt geen 24 maar slechts 23 uur, dat vind ik nog het vervelendste. Het is net alsof je leven een uur korter duurt. Natuurlijk krijg je dat uur op het eind van de zomertijd weer terug, maar zo voelt het niet aan. Nog een nadeel. Bij kinderen, ouderen en nachtmensen (en bij mij) wordt de biologische klok een week lang in de war gebracht. Die slapen korter en slechter. Waarom begint de zomertijd niet een dag eerder, dus van vrijdag op zaterdag? Dan heb je het hele weekend om te wennen.
Maar verder is het een prachtige uitvinding. Meer licht, wat wil je meer?
Jan Paalman
27 maaert 2009