Kromspraak
De Vereniging tegen de Kwakzalverij kan weer opgelucht ademhalen. Anderhalf jaar geleden oordeelde de rechter in hoger beroep dat de vereniging mevrouw Maria Sickesz geen kwakzalver mag noemen. De vereniging dreigt hierdoor kapotgeprocedeerd te worden want ze kan de peperdure rectificaties in twee landelijke dagbladen niet betalen. Maar gelukkig. Vorige maand verwees de Hoge Raad de zaak terug.
Sickesz is orthomaneel therapeut. Bottenkraker. Ze is een volgeling van het 19de eeuwse warhoofd Daniel David Parker. Scheefzittende wervels, aldus Parker, hinderen de ‘zenuwstroom’ en zijn verantwoordelijk voor 99 procent van alle ziekten en kwalen. Sickesz gelooft dat. Ze beweert dat je met het rechtzetten van scheve wervels diabetes, maagpijn, diarree, eczeem, astma, oorsuizen, manisch-depressieve psychose, autisme en schizofrenie kunt genezen.
Bewijs? Nul, nada, zero, noppes. Maar daar ging het niet om. De rechter vond in hoger beroep dat de vereniging mevrouw Sickesz had beledigd. Want de figuurlijke betekenis van kwakzalver is volgens het woordenboek ‘boerenbedrieger, oplichter, knoeier’.
In Engeland speelt zich nu een identieke zaak af. Simon Singh, gepromoveerd natuurkundige en ‘Engelands beste wetenschapsjournalist’, had de gore moed om het rechtzetten van wervels een nepbehandeling te noemen. De BCA, de vereniging van de Engelse bottenkrakers, voelde zich beledigd, sleepte Singh voor de rechter en kreeg gelijk.
De twee rechterlijke uitspraken passen in een Europese trend. Politici zijn zo bang geworden voor een botsing der culturen dat ze elke lange teen met een wettelijk verbandje hebben omzwachteld. We vechten onze meningsverschillen steeds vaker in de rechtszaal uit en niet op de enige plek waar het debat thuishoort: de openbare ruimte. Dit geldt zeker voor het wetenschappelijk debat. Als de medische wetenschap geen uitspraak meer mag doen over flauwekultherapieën dan is dat het einde van de medische wetenschap.
Er is meer. Je kunt bij de rechter je tegenstander financieel kapotprocederen. Dat lukte bijna met de Vereniging tegen de Kwakzalverij, dit dreigt ook te gebeuren met Simon Singh. Rechtszaken zijn zo duur dat alleen gefortuneerde partijen een langdurig proces kunnen volhouden. Wie geen geld heeft moet zijn hoofd buigen.
Jan Peter Balkenende gaf vorig jaar het slechte voorbeeld. Hij voelde zich weer eens diep beledigd, deze keer omdat het rechtsconservatieve blad Opinio een nepredevoering van hem had afgedrukt waarin hij ‘zonder omwegen’ zegt dat het grote probleem de Islam zelf is. De premier spande een kort geding aan, en verloor. Einde affaire? Nee. Hij besloot tot een bodemprocedure, een grondige en zeer langdurige rechtsgang die uiterst kostbaar is. Balkenende kon dat met ons belastinggeld makkelijk betalen. Opinio niet. Omdat Opinio om andere redenen failliet ging is het zover niet gekomen.
Maar dat doet er niet toe. Dat een premier een blad kapot wilde procederen is schandelijk. Verachtelijk zelfs.
12 juni 2009
Jan Paalman