Kopvodden


Nederland zit in een diepe crisis, de miljarden euro’s staatschuld vliegen ons om de oren, maar gelukkig hebben we iemand die zegt waar het op staat en ook nog een oplossing biedt. Geert Wilders. Wie anders? In de Tweede Kamer lanceerde hij een ideetje om aan wat extra geld te komen. Hij wil een taks op het dragen hoofddoekjes, ‘want die zijn vrouwonvriendelijk en vervuilen het landschap’. Hoe hij dat wil uitvoeren zei hij er niet bij. Dat doet hij nooit trouwens. Maar daar wil ik het niet over hebben. Ik wil het hebben over zijn taalgebruik. Hij had het over kopvodden.

‘Taal doet er toe’. Ik haal dit zinnetje uit een memo van de Amerikaanse politicus Newt Gingrich. Hij was tijdens het bewind van Bill Clinton voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden waar de Republikeinen zojuist de macht hadden overgenomen. In die memo van 1996 staan twee woordenlijsten. Een die de Republikeinse afgevaardigden moeten gebruiken als ze het over hun eigen partij hebben, en een die bedoeld is om de Democratische vijand de mond te snoeren.

Gebruik, zegt Gingrich, voor de eigen partij altijd positieve bewoordingen. Wat de partij ook doet, wat een Republikein ook zegt, het getuigt altijd van gezond verstand, van trots, kracht, plichtsgevoel en succes. Maar o wee als een Democraat zijn mond opendoet. Dan kun je hem na één blik op Gingrich’s woordenlijstje toesnauwen dat hij schijnheilig is, corrupt, zielig, oppervlakkig en intolerant.

Gingrich gold, en geldt nog steeds, als de pitbull van de Amerikaanse Republikeinse partij. Politiek is voor hem oorlog met andere middelen. Maar nu ik ze weer teuglees vindt ik zijn woordenlijstjes eigenlijk wel meevallen. Echte scheldwoorden staan er niet in. Daarin heeft Geert Wilders hem ruimschoots overtroffen: Balkenende is een aardslafaard. De Tweede kamer zit stikvol lafaards. Ellen Vogelaar is knettergek.

En nu heeft hij het weer over hoofddoekjes. Op zich is dat een legitiem onderwerp van debat. Zelfs Cisca Dresselhuys, ex-hoofdredacteur van Opzij en moeder-overste van de linkse kerk is fel tegen die doekjes. Maar Geert heeft het niet over hoofddoekjes Hij noemt ze kopvodden. Neem van mij aan dat daar zorvuldig over is nagedacht. Mij kun je niet vertellen dat hij zich niet bewust was van de onaangename associaties die het woord kopvodden oproept. In Amerika noemen ze dat een hondenfluitje: een verborgen boodschap die alleen door de aanhangers wordt verstaan.

Meisje met hoofddoekjes, ik kom ze dagelijks op school tegen, zien er opvallend verzorgd uit. Maar nu hebben ze ineens vodden op hun hoofd. Vieze, luizige vodden, net als junken, thuisloze wervers en de overige hopeloze onderkant van de samenleving. Daar horen ze volgens Wilders thuis. Het kan erger. Dieren hebben een kop, mensen hebben een hoofd, behalve dan die arme meisjes want die hebben volgens Wilders weer een kop. Wilders heeft voor hen een plaatsje in het dierenrijk gereserveerd samen met de varkens, de honden en het ongedierte.

Jan Paalman
18 september 2009


www.janpaalman.nl