Islamofobie
Sommige mensen zijn bang voor zaken waar bijna niemand bang voor is. Psychiaters hebben daar een diagnose op geplakt. Fobie. Bijna alles onder de zon kan een niet weg te redeneren angst uitlokken: pleinen, spinnen, vliegen, stiefvaders, open ramen, het getal dertien, mooie vrouwen, enfin, de lijst is eindeloos. Heb je een fobie, dan krijg je van de psychiater pillen en gesprekstherapie.
De laatste jaren zijn er twee geduchte fobieen bijgekomen, je leest er om de andere dag over in de krant, vooral in ingezonden stukken.
Homofobie is, ik pak maar een van de vele definities die op internet rondzwerven, ‘een onredelijke angst of weerzin tegen homoseksualiteit en homoseksuelen’. Ik heb niets tegen homoseksuelen, maar verder val ik binnen de definitie. Een tongzoen van een bebaarde vent, ik moet er niet aan denken. Die afkeer is onredelijk, ik weet het, maar op dat vlak heb je niets te kiezen. Je houdt van spruitjes of je houdt niet van spruitjes, daar komt het op neer. Volgens dezelfde redenatie zijn alle homo’s heterofoob.
Bij de zoveelste rel over Tariq Ramadan dook de tweede geduchte fobie weer op. Islamofobie. Zijn optreden voor een Iraanse propagandazender Press TV deed hem de das om. Op zijn minst liet hij zich misbruiken als vijgeblad voor een mensenverachtend regiem dat op eigen burgers schiet, de oppositie opsluit en homoseksuelen met tientallen tegelijk aan hijskranen heeft opgehangen.
Over Ramadan’s afgang kun je twisten. Maar critici van Ramadan als islamofoben wegzetten is onzinnig. Dat komt neer op het medicaliseren van een maatschappelijk debat. Een fobie is een psychiatrische diagnose, en bij die diagnose hoort een psychiatrische therapie. Maar hoe moet je de behandeling van al die islamofoben voorstellen? Allemaal aan de Paroxetine? Allemaal naar de psychiater?
Hebben moslims dan niets te klagen? Natuurlijk wel. Discriminatie van moslims komt hier en daar voor. En Wilders, en velen met hem, ‘wil niet in een land wonen waar misschien ooit wel eens zes of zeven bewindslieden de islam aanhangen.’ Hij zou op zijn beurt moslims, in ieder geval groepen moslims zoals de bestuurderen van die Amsterdamse basisschool, vanwege hun afkeer van Westerse normen en waarden net zo goed westerofoob kunnen noemen.
Maar met het elkaar tot patiënt verklaren schieten we geen steek op. Dat slaat elke discussie dood. Aan discriminatie en idiote opvattingen over en weer moet niet de psychiater een eind maken, maar wijzelf in een open debat. Daarbij zullen de vele lange tenen het moeilijk krijgen. Dat is niet erg. Lange tenen zijn er om er langdurig op te staan.
Jan Paalman
27 augustus 2009