Homeopathische onzin


Het gaat slecht met de homeopathie. Huisartsen schrijven de helft minder homeopathische middelen voor dan twintig jaar geleden, aldus het artsenblad Medisch Contact van vorige week. Tegenwoordig schrijft 17 procent van de huisartsen iets homeopathisch voor, twintig jaar geleden was dat nog 40 procent. En dat doen ze meestal niet omdat ze er zelf in geloven, maar omdat de patiënt er naar vraagt. Volgens hoofdredacteur Ben Crul geven huisartsen liever een recept voor iets waarvan bewezen is dat het helpt.

Helpt homeopathie dan niet? Nee. Er zijn honderden, misschien wel duizenden onderzoeken gedaan of het iets uithaalt en steeds blijkt weer dat het net zo goed werkt als een willekeurig fopmiddel. Dus niet. Die discussie kun je als gesloten beschouwen. ‘Het moet maar eens afgelopen zijn’, schreef het medische topblad The Lancet een paar jaar geleden. ‘Er zijn genoeg onderzoeken gedaan en nooit dook er maar een spoor van bewijs op’.

Maar wat vinden de homeopaten er zelf van? Enig googelen leert dat ze er allemaal van overtuigd zijn dat homeopathie een wetenschappelijk bewezen werking heeft. Goed. Laat ik de homeopaten eens aan hun eigen woord houden.

Naast me ligt het boek ‘Homeopathie in de praktijk’ van de arts J. Voorhoeve uit 1915. Niet zomaar iemand en niet zomaar een boek. ‘Dit boek geldt al bijna een eeuw lang als het standaardwerk over de homeopathie in Nederland’, zo lees ik op een homeopathische website. In hoofdstuk IV vergelijkt Voorhoeve de heilzame werking van homeopathie met die van de reguliere geneeskunde. En, u raadt het al, de homeopathie wint met glans.

Neem difterie. Bij een reguliere behandeling stierf 16 procent van de patiënten tegen slechts 4,5 procent na een homeopathische behandeling. Of cholera. Bij een normale behandeling ging 50 procent dood, maar dank zij de homeopathie ‘slechts’ 17 procent.

Omdat klassieke homeopaten nog steeds blind varen op de al twee eeuwen oude leer van Samuel Hahnemann, de bedenker van de homeopathische onzin, zullen ze het nu niet beter doen. Welnu. Die succespercentages van 1915 zijn hele beroerde cijfers anno nu. Dankzij de reguliere geneeskunde is het sterftecijfer voor difterie praktisch gelijk aan nul. Wie cholera heeft kan zich beter bij de reguliere arts vervoegen want bij hem sterft slechts 5 procent en niet 17 procent zoals bij zijn homeopathische collega.

Dat boek van Voorhoeve beleefde herdruk op herdruk. Met de herdruk van 1995 is iets merkwaardigs aan de hand. Wel veel en duister gemompel over wetenschappelijke bewijzen maar de fantastische successen bij de behandeling van difterie en cholera zijn verdwenen! Natuurlijk zijn ze verdwenen. Wat reclame was in 1915 is nu een bewijs van onvermogen. Niet dat het wat uitmaakt. ‘Elke seconde wordt er wel een goedgelovige sukkel geboren’, zei ooit Joe Bessimer, een oplichter, en die kon het weten.

Jan Paalman
30 oktober 2009


www.janpaalman.nl