Oorlog is gruwelijk


Afghanistan. Daar ging het dinsdag bij Pauw en Witteman weer eens over. Kamerlid Joël Voordewind (CU) wil de missie doorzetten, Kamerlid Hero Brinkman (PVV) wil er zo snel mogelijk weg. Op de achtergrond zag je twee meer dan levensgrote portretten van de gesneuvelde soldaten Kevin van der Rijdt (26) en Mark Leijsen (44). Vreselijk natuurlijk voor hun kameraden, vrienden en familie, maar wat wil je? Nederland voert oorlog in Afghanistan en soldaten, zegt een Engels militair handboek, zijn er om te schieten en beschoten te worden.

Ik ben geen pacifist. Soms, heel soms, is er sprake van een rechtvaardige oorlog. De Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld, een ander voorbeeld zou ik niet zo gauw kunnen aanwijzen. Ik vrees dat oorlogvoeren bij de mens hoort, en dat geen enkel land, hoe vreedzaam ook, het zich kan permitteren om pacifistisch te zijn. Aan de andere kant denk ik dat de brave burger geen flauwe notie heeft hoe gruwelijk een oorlog is.

Bij elke dode militair slaat er een golfje verontwaardiging over Nederland. Alsof we met ons technisch vernunft een schone oorlog kunnen voeren en dat sneuvelen daar niet bij hoort. Maar die schone oorlog is gezichtsbedrog. Die bestaat hooguit aan onze kant van het front maar aan de overkant is de oorlog net zo gruwelijk als altijd. Deze week bombardeerden de Amerikanen een tankauto van de Taliban, 240 mensen kwamen daarbij om.

De realiteit van de oorlog gaat niet voor niets schuil achter een wolk van eufemismen. Vroeger had je een Ministerie van Oorlog, nu heet hetzelfde ministerie het Ministerie van Defensie. Een oorlog heet nu een ‘conflict’ of ‘opbouwmissie’, burgers zijn ‘zachte doelen’ en burgerslachtoffers zijn ‘collateral damage’. Alleen onze soldaten zien het echte gezicht van de oorlog. Ze maken vaak meer mee dan een mens kan verdragen en daarom is blijvend geestelijk letsel de meest voorkomende oorlogsverwonding. Watjes? Nee. In de Eerste Wereldoorlog was het niet anders. Toen heette dat ‘shellshock’.

Ik ben, nogmaals, geen pacifist. Maar ik vind wel dat we goed moeten weten wat oorlog echt betekent: een opzettelijk wrede, doelbewust gecreëerde ramp. Anders kunnen we zomaar een ‘vrolijke frisse oorlog’ ingesjoemeld worden. George Bush lukte dat en Herman Göhring, de tweede man van Nazi Duitsland, wist toen al precies hoe dat moest.

“Natuurlijk wil het gewone volk geen oorlog, niet in Rusland, niet in Engeland, noch in Amerika, noch in Duitsland. Dat spreekt vanzelf. Maar uiteindelijk zijn het de leiders van het land die de politiek bepalen. En het is tamelijk eenvoudig om het volk mee te krijgen, of het nu om een democratie of een dictatuur gaat. Of het volk nu wel of geen stemrecht heeft maakt niets uit. De leiders krijgen het altijd achter zich. Heel eenvoudig. Je hoeft het volk alleen maar te vertellen dat het aangevallen wordt en de pacifisten te beschuldigen dat ze door hun gebrek aan vaderlandsliefde het land in gevaar brengen. Dat werkt in elk willekeurig land.”

Jan Paalman
11 september 2009


www.janpaalman.nl