Absurd
Mark Rutte wil naar Amerikaans voorbeeld de vrijheid van meningsuiting oprekken – alleen het oproepen tot geweld zou dan strafbaar zijn – maar daar wilde Jan Peter Balkenende niets van weten. ‘Dat zou betekenen dat het beledigen van homo’s en het ontkennen van de holocaust allemaal kan. Die weg moeten we niet opgaan.’
Die weg zijn we allang opgegaan. Homo’s beledigen mag in Nederland. Homoseksualiteit is ‘erger dan diefstal’, zei ex-Kamerlid Leen van Dijke. Homoseksuelen zijn ‘lager dan varkens’, zei imam El Moumni. Beiden werden vrijgesproken vanwege de vrijheid van godsdienst. De rechtbank sprak El Moumni vrij omdat zijn opmerkingen moesten worden beschouwd als ‘een weergave van een in de islamitische godsdienst verankerde geloofsopvatting’. CU-bestuurder Yvette Lont wenste homoseksuelen de ‘geestelijke dood’ toe en er gebeurde niets.
Met het ontkennen van de holocaust ligt het iets ingewikkelder. Nederland heeft geen wet die dit uitdrukkelijk verbiedt. Maar als een land het ontkennen van de holocaust strafbaar wil maken dan mag dat van de EU. Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk hebben zo’n wet. Zweden, Noorwegen, Denemarken en ook Amerika zijn mordicus tegen. Het Vaticaan hult zich in raadselen. Benedictus rehabiliteerde vorige week bisschop Richard Williamson die de holocaust glashard ontkent: ‘De nazi’s hadden geen gaskamers; er zijn slechts 300.000 joden omgekomen’.
Vorige maand wisten 57 moslimlanden, stuk voor stuk dictaturen, stuk voor stuk landen met een verstikkende censuur, een VN-resolutie door te drijven dat kritiek op godsdienst verbiedt. Daarmee wordt de hele bijbelkritiek tot contrabande verklaard en de Koran voor een warrig boek houden is natuurlijk helemaal uit den boze. In Nederland is de wet op de godslastering bijna afgeschaft, de Eerste Kamer moet er nog over beslissen, maar let op! Minister Hirsch Ballin wil nu het onderscheid tussen religiekritiek en beledigen van gelovigen laten verdwijnen. Kritiek op een geloof, zegt hij, kan ‘indirect’ toch beledigend zijn voor gelovigen. Als hij zijn zin krijgt dan wordt dat een gelegenheidswetje. De Lex Wilders.
Dankij het Amsterdams gerechtshof gaat het publieke debat over de vrijheid van meningsuiting nu uitsluitend over de schuldvraag van Wilders. Want hij is door het hof op de grenslijn gezet van wat je wel mag zeggen en wat je niet mag zeggen. En nu het absurde. Minister Plasterk en de Kamerleden Halsema en Pechtold willen niets over de vervolging van Wilders zeggen zolang de zaak onder de rechter is. Een definitieve uitspraak wordt niet voor 2015 verwacht zodat ze zes jaar hun mond zullen moeten houden. Zes jaar jaar lang zullen ze niet mogen debateren over de vrijheid van godsdienst en meningsuiting omdat dit debat dan onvermijdelijk over Wilders zal gaan. En al die tijd wordt het publieke debat overgelaten aan de huiskamer, de straat en de kroeg. Dit hebben we eerder meegemaakt. In 2001 vertolkte iemand ideeen waar in de Kamer niet over mocht worden gedebateerd. Weet u nog? Fortuyn?
31 januari 2009
Jan Paalman