Schelden in de Kamer
VVD-Kamerlid Johan Remkes, zo hoorde ik donderdag op de radio, ‘heeft het wel gehad’ met alle beledigingen die over en weer vliegen tijdens Kamerdebatten. ‘Als wij richting de samenleving preken dat mensen fatsoenlijk met elkaar om moeten gaan, dan moeten we ook het goede voorbeeld geven.’ Samen met het SGP-Kamerlid Bas van der Vlies wil hij dat onparlementaire taal weer net als vroeger wordt afgehamerd en in de Kamerverslagen wordt vervangen door puntjes. ‘Balkenende is een beroepslafaard’, wordt dan ‘Balkenende is een puntje puntje’ Ik vind dat een heel slecht idee.
De aanleiding is natuurlijk het Fitna-debat waarin Geert Wilders zei dat minister Hirsch Ballin liegt. Dat is zeer onparlementair, maar Wilders vond dat nu eenmaal en hij wilde dat de paar miljoen kijkers hem niet zouden misverstaan. Wat had hij anders moeten zeggen? ‘De uitspraken van minister Hirsch Ballin staan naar mijn stellige overtuiging op gespannen voet met de waarheid’? Nee, hij zei ‘Hirsch Ballin liegt’ en iedereen wist gelijk waar het volgens hem op stond. Dat kun je alleen maar toejuichen.
Met schelden ligt het anders. Mijn grootste bezwaar tegen Kamerleden is dat ze de kunst van het beledigen niet beheersen. Ja, schelden, maar schelden is dom. Schelden is de primitiefste vorm van beledigen. PVV-Kamerlid Dion Graus maakte deze week een collega uit voor ‘een beginnend lijder aan Alzheimer’. Dat mocht hij niet zeggen van de Kamervoorzitter maar ik vind dat hij dat wel mag. Graus zet er vooral zichzelf mee voor schut en daar moet je hem vooral niet bij hinderen. Als ik zou vinden dat Graus met dat matje in zijn nek eruit ziet als een ontkennende verdachte in een zedenzaakje, zou ik dat ook nooit hardop zeggen. Daar voel ik me echt te goed voor.
Dat schelden is niet zo effectief. Fortuyn had er een handje van - Bolkestein was een lafaard, Melkert een leugenaar en Jorritsma had een paardengebit - en Geert doet het hem na. En allebei klaagden en klagen ze over demonisering. Zij schelden? Nee hoor. De anderen zijn begonnen. Want die zijn begonnen met terugschelden.
De kunst van de politieke belediging is om zonder schelden de reputatie van je tegenstander lek te prikken. Voor de echte hoge school moet je naar het buitenland, naar Engeland vooral. Churchill vernietigde de reputatie van zijn opvolger Clement Attlee met een zin die sindsdien in de hoofden van alle Engelsen stond gegrifd. Attlee was een dorre regelneef met de uitstraling van een natte krant. ‘Een schaap in schaapskleren’ zei Winston en van Attlee is nooit meer iets vernomen.
Mijn hoofdprijs voor de geraffineerdste belediging gaat naar Golda Meir, de Israëlische premier eind jaren zestig, begin jaren zeventig die het veel te stellen had met Moshe Dayan, de eenogige generaal met een geweldig groot ego die in de blitz van 1966 Jeruzalem had veroverd. ‘Je moet niet zo opzichtig bescheiden doen’ zei Golda. ‘ Zo’n groot man ben je ook weer niet.’
Ai, die deed zeer.
Jan Paalman
11april 2008