Het rookoproer


Het is oorlog tussen de natte Horeca en minister Ab Klink. Een snel escalerende oorlog. De Horeca heeft het overleg met de minister afgebroken, kroegbazen zetten foto’s van controleurs op internet en de minister dreigt met steeds hogere boetes en zelfs sluiting van het café.

Maar, zo vraag ik me steeds meer af, voor welk probleem was de anti-rookmaatregel de oplossing? Iedereen weet intussen dat roken heel slecht is voor longen, hart en bloedsomloop en daarom helpt voorlichting niet meer. Of meeroken net zo slecht is, is nog steeds niet duidelijk omdat onderzoek voor en tegen besmet is met geld van de tabaksindustrie en de goede bedoelingen van de volksopvoeders. Maar dat doet er niet toe. Voor heel wat mensen slaat sigarettenrook adembenemend op de longen en die voelen zich door de Horeca buitengesloten.

Maar de minister zet oneigenlijke middelen in om het roken in de kiem te smoren. Het personeel moet vanwege de Arbo-wet tegen meeroken worden beschermd. O ja?, zeiden enkele fantasierijke kroegbazen, als het personeel zelf rookt dan mag het dus wel? Nee, dat mag niet. En als we gewoon de marktwerking toepassen en aan de ingang een bordje zetten met ‘hier wordt gerookt’ zodat de burger zelf kan kiezen? Nee, ook dan niet.

En nu is het roken in een café ineens een economisch delict. Want rookcafé’s doen aan concurrentievervalsing. Hoezo concurrentievervalsing? Ab Klink hield een half jaar geleden nog bij hoog en laag vol dat de Horeca niet hoefde te vrezen voor een omzetdaling. Honderdduizenden niet-rokers zouden voor het eerst van hun leven juichend de rookvrije kroeg binnenstormen. Helaas. Die nieuwe klanten bleven thuis. En hier zit hem de kneep.

Bij mijn wekelijkse gang naar mijn stamkroeg passeer ik zeker tien kroegen waaronder het schitterende Café Jos en het legendarische Haantje. Waarom laat ik die toch links liggen? Omdat ik naar dat ene café wil waar ik met vrienden en kennissen kan ouwehoeren en met iedereen die daar naar binnen waait. In dat café staat de asbak al weken triomfantelijk op de toog en niemand protesteerde. Wat Klink niet begrijpt is dat de kleine bruine kroeg onderdeel is van een subcultuur. Een los clubverband waar ik voor gekozen heb. Waar ik me thuisvoel. Where everybody knows your name. Daarom ben ik tegen die maatregelen van Klink. Niet omdat ik denk dat roken niet slecht zou zijn voor de gezondheid. Ook niet omdat ik er op tegen ben dat de overheid het roken wil terugdringen. Maar omdat het aanvoelt als bemoeizucht achter de voordeur.

De rookoorlog kun je niet loszien van de steeds grotere bemoeizucht van de staat. De mammiestaat leest nu al je e-mail, kan nu al bij de internetprovider opvragen welke sites je bezoekt, kan via de GSM te weten komen waar je op elk moment uithangt, weet, als Rouvoet zijn zin krijgt, alles over je kind, houdt je via duizenden camera’s voortdurend in de gaten en luistert onbeschaamd de telefoongesprekken met je advocaat af. En dat alles voor ons bestwil.

Ik moet daar niets van hebben.

 

Jan Paalman
21 november 2008

www.janpaalman.nl