President Obama


De eerste woorden die je in den vreemde leert, zo wordt wel eens gezegd, zijn drieletterwoorden. Maar toen ik veertig jaar geleden stage liep in een achterbuurtziekenhuis in New York leerde ik heel snel andere verboden woorden. Dat ziekenhuis stond in Bedford Stuyvesant, een Harlem in het klein. Een oorlogsgebied. Van hele straten stonden alleen nog de skeletten van uitgebrande huizen overeind, een erfenis van de moord op Martin Luther King twee jaar eerder, en dat ook het ziekenhuis met alle patiënten niet in de hens was gegaan was te danken aan een zwarte bewaker die de woedende zwarte menigte tot bedaren had weten te brengen.

Voor een roomblanke jongeling als ik was de buurt verboden gebied. Daarom werden we naar het ziekenhuis vervoerd in zo’n typische Amerikaanse gele schoolbus. De chauffeur van die bus, een cynische New Yorker, gaf ons les over hoe New York echt in elkaar stak. Dames en heren, zo was zijn boodschap, New York staat bekend als de meltingpot of America, een smeltkroes van alle rassen. We hebben hier coons (zwartjoekels), wops (spaghettivreters), honkeys (bleekscheten), chinks (spleetogen) en kikes (smauzen) die van alles uitvreten maar beslist niet smelten. Allemaal haten ze elkaar oprecht, en het meest gehaat zijn de smauzen.

Ik was diep geschokt. Nederland was aan het eind van de jaren zestig nog wereldkampioen antirassenhaat en na de moord op King stond het land ineens vol met Martin Luther King-scholen, -pleinen en –bruggen. Ja, ja, zei de narrige schrijver W.F. Hermans spottend, we zijn zo tolerant omdat we geen negers hebben.

En nu zag ik diep in de nacht zomaar een zwarte president op dat podium in Chicago staan. Een week eerder had de rampzalige Sarah Palin nog beweert dat het echte Amerika vooral huisde in de stadjes op het platteland. Echte Amerikanen, zei ze eigenlijk, zijn roomblank. Maar in het Grant Park van Chicago zag je het nieuwe ‘echte Amerika’ toen de witte Joe Biden en zijn vrouw de zwarte Obama en zijn Michelle omarmde, omringd door snoezige zwarte en witte kindertjes toegejuicht door een nog gemengder publiek. In Grant Park maakte Amerika zijn wapenspreuk waar. Ex pluribus unum, uit velen een.

De menigte was in tranen, keek als een verliefd tienermeisje naar Obama op en laafde zich in bijna religieuze vervoering aan zijn belofte van nieuwe hoop. Als dat maar goed gaat, dacht ik. Vlak voor zijn dood zei de schrijver Norman Mailer daar iets interessant over. Hij was toentertijd niet voor Kennedy, maar, zei hij, Kennedy straalde net als Obama nu een nieuw elan uit. Dat was zijn grootste verdienste. Want de president bepaalt hoe het land zich zelf ziet.

En nu maar hopen dat Amerika bij de les blijft. Ik zag vandaag een bijtende cartoon waarop je Joe Sixpack, Amerika’s Jan Modaal, voor de buis ziet liggen. De omroeper zegt: De huizenmarkt is ingestort..chaos op Wall Street..oorlog in Irak en de Taliban steekt in Afghanistan zijn kop weer op. En nu terug naar onze reality show.

Jan Paalman
7 november 2008

www.janpaalman.nl