Nieuw Barbarije


Pasgeboren kinderen kunnen helemaal niets. Ze brabbelen maar wat, ze kunnen niet lezen of schrijven, laten alles lopen, hebben onbeschaafde manieren, in hun bolle hoofdjes gaat niets merkbaars om en een geweten hebben ze al helemaal niet. Maar uiteindelijk moet daar toch een bruikbaar mens uit ontstaan. Hannah Arendt zei ooit dat de Westerse beschaving met elke generatie een invasie te verwerken krijgt van miljoenen barbaren. Alleen noemen we ze niet zo. ‘We noemen ze “kinderen”’.

Kinderen kunnen leren, dat is het geheim van de beschaving. Ze zijn nieuwsgierig, ze onderzoeken, ze stellen eindeloze vragen – ‘waarom kun je lucht wel voelen maar niet zien?’ – zodat met de jaren hun lampje steeds feller gaat branden. Het Nieuwe Leren doet heel gewichtig over die aangeboren leergierigheid, en ziet daar het bewijs in dat je kinderen zoveel mogelijk alles zelf moet laten ontdekken. Dat ze op eigen houtje veel makkelijker leren dan met de hulp van een alleswetende docent. Maar dit is natuurlijk een open deur. Zonder een aangeboren leergierigheid hield de beschaving binnen een generatie gewoon op.

Aangeboren leergierigheid is noodzakelijk maar niet voldoende om een samenleving in stand te houden. Er is nog een aangeboren eigenschap nodig en daar hoor je nooit over. Om een samenleving te laten voortbestaan moet elke generatie zijn kennis en kunde aan de nieuwe generatie nitwits overdragen. Volwassenen zijn daarom geboren onderwijzers. Dat moeten ze wel zijn. Want als volwassenen geen aangeboren kunde hadden om te onderwijzen dan zou er ook niets te leren zijn.

Het wrede experiment van de zogeheten Wolfskinderen zou ons dat kunnen leren. Wolfskinderen zijn kinderen die zonder volwassenen opgegroeien, kinderen als Kaspar Hauser of Victor l’Aveyron. De laatste was als vierjarige in de bossen achtergelaten waar hij, in 1802, na zeven jaar gevonden werd. Van heinde en verre kwamen geleerden hem bekijken, want in die tijd geloofde men in de ‘edele wilde’, de natuurmens die niet door de beschaving bedorven is. Tot ieders teleurstelling bleek daar niets van. Victor was geen nobel wilde, maar, integendeel, een spastisch, krabbend, bijtend kind dat het na jaren onderwijs niet verder bracht dan het brabbelen van welgeteld twee woorden.

Een maand geleden velde de commissie Dijsselbloem een hard oordeel over de radicale vernieuwingen die het onderwijs zijn binnengedrongen. Het merkwaardige is dat het aantal slecht spellende, rekenende en schrijvende leerlingen evenredig is gestegen met het aantal adviserende onderwijskundigen. Hoe meer professoren in de onderwijssociologie of lectoren ‘governance en innovatiedynamiek in het onderwijs’ hoe slechter het met het onderwijs gaat. Dat de overgrote meerderheid van ouders en docenten tegen dat Nieuwe Leren is maakte niets uit. Ervaring, gezond verstand en aangeboren onderwijskundigheid van docenten werden zonder meer als ouderwets opzij geschoven en nu zitten we met de brokken. Nieuw Barbarije wenkt.


Jan Paalman
28 maart 2008
 

www.janpaalman.nl