Columnist wint Nobelprjs


Maandag veerden de beurzen weer op en ik zag opgetogen handelaren elkaar de ‘high five’ geven. Dinsdag ging het weer mis, woensdag beleefde Wall Street een historische koersval en nu ik dit schrijf gaan de Aziatische beurzen zwaar onderuit en staan de Europese beurzen diep in de min. Als Chinezen de pest aan iemand hebben dan wensen ze hem historische tijden toe, want historische tijden gaan gepaard met alle soorten van ellende. Dit ís een historische tijd. De bankencrisis lijkt bezworen maar nu doemt het monster van de recessie op.

Afgelopen maandag gebeurde er nog iets historisch. Op de weblog van Paul Krugman was afgelopen maandag slechts één zinnetje te lezen. ‘Vandaag is me iets grappigs overkomen’. Wat was dan zo grappig? Hij had zojuist de Nobelprijs voor de economie gewonnen! Krugman is een econoom van wereldfaam, schrijft twee keer per week een column in New York Times en is de felste criticus van president Bush en zijn rampzalige bewind. Deze Nobelprijs bezegelt het einde van het neoliberale gedachtengoed.

Toen hij in 2000 aan zijn column begon – hij had toen zijn wetenschappelijke sporen allang verdient - viel hij Bush vooral aan op economische gronden. Eerst stomverbaasd, maar al snel steeds bozer merkte hij dat Bush het door Clinton opgebouwde overschot op de betalingsbalans aan het verjubelen was. Maar al snel richtte hij zijn pijlen op de neoliberale politiek van Bush en dat deed hij al in de tijd dat de schijterige media Bush niet durfden tegen te spreken. Dat ging van Jetje. Bush ‘liegt dat hij barst’; hij is de ‘gladste politicus ooit’ en is ‘iemand die het voedsel uit babymondjes pakt en onder zijn miljonairvriendjes verdeelt.’

Neoliberalen beweren al jaren dat economische noodzaak de politiek voor het blok zet. Dat topmanagers daardoor steeds meer verdienen en Jan Modaal steeds minder is dan jammer, maar onvermijdelijk. ‘Er is geen alternatief.’ Nee, zegt Krugman, dit is níet onvermijdelijk. Neoliberaal rechts voerde vanaf Reagan oorlog tegen de vakbonden zodat werknemers steeds minder te vertellen kregen, verwijderde alle remmen op het grote graaien, en verlaagde de belasting voor de superrijken zo drastisch dat sommige multimiljonairs nu minder belasting betalen dan hun eigen secretaresse. De ongelijkheid in inkomen is daarom vertienvoudigd en dat, zegt Krugman, had helemaal niet gehoeven. Integendeel. Reagan en Bush hebben daar schaamteloos voor gekozen.

De Republikeinse partij is nu ideologisch failliet. ‘Senator Obama, ik ben géén president Bush’, zei McCain, de Republikeinse kandidaat over zijn eigen Republikeinse president. En die prijs van Krugman kan nog een interessant staartje krijgen. President Bush heeft de gewoonte om Nobelprijswinnaars op het Witte Huis te ontvangen. Bush die voor de camera zijn felste criticaster een handje geeft, dat zou ik niet graag willen missen. Maar ja. Ik denk niet dat Bush een gaatje in zijn agenda zal kunnen vinden. Wedden van niet?
Jan Paalman
17 oktober 2008

www.janpaalman.nl