Kleine wereld?
Hij is alweer tien jaar dood, maar nog steeds springlevend. Van Karel van het Reve, schrijver en columnist, komt volgende maand het eerste deel van zijn verzameld werk uit. Nog steeds uiterst leesbaar. Een veertienjarige moet mijn teksten kunnen begrijpen, vond hij. Bovendien was zijn favoriete onderwerp een verschijnsel dat van alle tijden is. Modieuze domheid. Vooral maf links nam hij op de hak. Dat deed hij niet boos of verontwaardigd, wel vlijmscherp, helder en uiterst geestig. Toen een VARA-oen aan Karel vroeg of hij op de loonlijst van de CIA stond zei Karel, die altijd op de PvdA stemde: ‘dat mogen we niet zeggen’.
Uit een van zijn columns leerde ik een aardig gezelschapsspelletje. Hoeveel contactpersonen heb je nodig om een keten te maken naar een beroemd iemand uit het verleden? Neem Lenin. Om Lenin te bereiken had hij maar drie schakels nodig. Karel kende natuurlijk zijn vader Gerard, die kende de Nederlandse Marxist Anton Pannekoek en die kende weer Vladimir Iljitsj Oeljanov, beter bekend als Lenin.
Met nog levende beroemde personen gaat dat verbazingwekkend makkelijk. Zo kom ik in één stap bij Beatrix. Vaste bezoeker van mijn stamcafé is het voormalige kamerlid Ad Lansink en die heeft Beatrix ooit een handje gegeven. Iedere Nijmegenaar kan mij nadoen want Ad heeft zowat alle Nijmeegse handen geschud. Nog mooier. Via de stap Beatrix heb je al gauw contact met alle groten der aarde, want Bea kent iedereen die er in de wereld toe doet.
Het zal u misschien verbazen, maar dit spelletje is onderwerp van serieuze wetenschap. Veertig jaar geleden gaf de Amerikaanse psycholoog Stanley Milgram proefpersonen de opdracht om een willekeurige, door hem aangewezen Amerikaan een brief te bezorgen. Ze kregen alleen de personalia en meer niet. En kijk. In de meeste gevallen was een keten van slechts zes wederzijdse kennissen voldoende om die brief te bezorgen. De wereld is klein, juichte Milgram, want alle wereldburgers zijn door slechts zes tussenpersonen van elkaar gescheiden. Dit maakt de kans op wederzijds begrip minder klein dan men dacht.
Epidemiologen vinden Milgrams bevinding heel fascinerend omdat dit inzicht kan geven over de verspreiding van ziekte. Want een opduikend gevaarlijk virus kan iedere willekeurige wereldburger via slechts zes besmette tussenpersonen bereiken. Sociologen zijn weer geïnteresseerd omdat het iets zegt over netwerken en dus macht. Maar ze zijn stukken minder optimistisch dan Milgram. Netwerken zijn besloten clubs en allerminst geneigd om een willekeurige Jan Tat in hun gelederen op te nemen.
Virussen kun je niet ontlopen, maar verzoeken om contact wel en dat is de kink in Milgrams keten. Sjiieten praten niet met Sunnis, Iraniërs niet met Amerikanen, de Paus niet met homo’s, minister Klink niet met rokers, terroristen niet met hun slachtoffers, Wilders niet met Marokkanen en Marokkanen niet met Wilders en zolang ieder zich opsluit in zijn subcultuur blijft het wederzijdse begrip uit en blijft de wereld groot. Jammer.
28 november 2008
Jan Paalman