Tsja, kennis...
Telkens als er geklaagd wordt over gebrek aan kennis bij leerlingen en studenten schieten de bedenkers van het Nieuwe Leren in een kramp. Eerst beweerden ze dat kennis niet zo belangrijk is omdat die toch snel veroudert. Later, toen de klaagzangen over het onbenul van leerlingen en studenten de oren van de politiek bereikten, veranderden ze behendig van toon. Oh nee, hoe komt u erbij dat wij kennis niet belangrijk vinden. Kennis vinden we juist heel erg belangrijk. Kennis is macht, nietwaar. Maar inmiddels is men in het Middelbaar Beroeps Onderwijs die schaamte voorbij.
´De onderwijsgoeroes lijken gelijk te krijgen’, zo las ik vorige week in de krant. ‘ Die zeggen al langer dat kennis in het internettijdperk niet meer zo belangrijk is, omdat alles is op te zoeken’. In het nieuwe competentiegericht onderwijs is het belangrijker dat je kennis kunt vinden dan dat je die in je hoofd hebt zitten. Diverse MBO’s zijn al op die toer gegaan. Geen boeken, maar internet. Liefst zo weinig mogelijk tekst en zoveel mogelijk filmpje. Daarom komen er op het ROC Horizon College in Noord Holland meer laagopgeleide en laagbetaalde onderwijsbegeleiders en gaat de leiding snoeien in het aantal hoogopgeleide vakdocenten. En, o ja, er komen meer managers om de onderwijsbegeleiders ‘aan te sturen’.
Verouderd in drie jaar de helft van alle kennis? Ligt eraan welke kennis. Het weerbericht is na een dag al verouderd. Een telefoonboek doet daar een jaar over. Niemand, zelfs ouderwetse docenten niet, vindt dat leerlingen dit soort feitjes uit hun hoofd moeten leren. Maar neem Isaac Newton. In 1687 formuleerde hij de wetten van de mechanica en met die kennis konden we driehonderd jaar later Neil Armstrong op de maan zetten. De infectieleer van Pasteur en Koch, honderdtwintig jaar oud, staat recht overeind. Het periodiek systeem van Mendelejev is na honderdvijftig jaar niet verouderd. Na 2 miljoen jaar zit ons hart nog steeds links.
Het grote nadeel van een kennisleeg hoofd is dat er nooit een lampje gaat branden. Neem het praktijkvoorbeeld van een verpleegkundige die op het nachtkastje van een patiënt die bloedverdunners slikt een buisje aspirine aantreft. De combinatie is levensgevaarlijk en een verpleegkundige moet om in te kunnen grijpen die kennis paraat hebben. Aan internet heb je dan niets. Of stel je voor dat een chirurg elke keer op internet moet kijken om te begrijpen waar hij in snijdt. De anatomie van het menselijke lichaam moet in zijn kop zitten en niet op internet.
Hoe slimmer de apparaten, hoe dommer we kunnen zijn. Spellen hoeft niet meer dankzij de spellingchecker, en daarom spellen we steeds slechter. Omdat rekenmachines beter kunnen rekenen hoeven leerlingen niet meer tot tien te kunnen tellen. Kennis kun je opzoeken op internet, dus waarom zou je nog iets willen weten? Wellicht komt ooit de dag dat machines dieper denken dan wij. Dan zullen er ongetwijfeld onderwijsgoeroes opstaan die beweren dat we maar beter ons verstand kunnen inleveren.
Jan Paalman
9 mei 2008