Karel leeft
In een van de leukste scènes in Life of Brian, de roemruchte film van Monty Python, spreekt Brian zijn volgelingen toe. Die denken dat hij de nieuwe Messias is. Brian vindt dat maar niks. Jullie moeten zelfstandig denken, roept hij de menigte wanhopig toe. Wij zijn allemaal individualisten. Met één stem dreunt de gelovige massa hem na: wij-zijn-allemaal-individualisten. Die scène doet me aan Nederland denken. Wij zijn allemaal individualisten, maar dan wel met zijn allen tegelijk. Dat maakt Nederland een tikje hysterisch. Van wereldkampioen gelovig werden we in tien jaar wereldkampioen ongelovig. Het Nieuwe Leren, ook al zoiets. We storten ons voortdurend van het ene uiterste in het andere.
In de jaren zeventig was de tijdgeest links tot maflinks. Aan de horizon gloorde een nieuwe gelukkige toekomst voor de bevrijdde mensheid, dacht men, en slechts een enkeling hield het hoofd koel. Heldring in de NRC, Renate Rubinstein in Vrij Nederland, en, de geestigste van allen, Karel van het Reve.
Karel, broer van Gerard, was professor in de Slavische talen, schrijver, essayist, columnist, en ex-communist. Vandaag, tien jaar na zijn dood, verschijnen de eerste twee delen van zijn verzameld werk. Nu wordt hij bejubeld door weldenkend Nederland, maar in de jaren zeventig verkochten zijn boeken nauwelijks.
Hij schreef bedrieglijk eenvoudig, dat was zijn geheim, en deed nooit verontwaardigd over modieuze onzin. Zijn stenen des aanstoots verbrijzelde hij met geestige ironie. Nu is een column is tekort om over te brengen waarom hij nog steeds leesbaar is, en om de smaak te pakken te krijgen schrijf ik een paar beginregels van zijn columns over.
‘Bijna iedereen denkt dat Philips best gloeilampen zou kunnen maken die niet stukbranden, maar dat niet doet omdat Philips dan failliet zou gaan want dan hoefde je maar één lamp te kopen.’ Onzin, vindt Karel. Nog een. ‘Je kunt al vijftig jaar geen deur opentrekken en geen radio aanzetten of iemand zegt dat we in een haastige tijd leven.’ Ook een aardige is deze. ‘Een vormingsleider is nog geen vijf minuten bij je in huis of je hoort hem al zeggen dat niet de verschijnselen, de symptomen bestreden moeten worden, maar de oorzaak.’ O ja?, zegt Karel, en onze nagels dan? Knippen is een symptomatische aanpak. Als je nagelgroei echt wil bestrijden zou je je nagels moeten uittrekken.
Dat van de werkelijjke oorzaak aanpakken geloofde ik ook totdat ik die column las. Je leest zo’n eerste zin en dan wil je, tenminste zo gaat dat bij mij, ook het hele stuk lezen. Daarom is Karel van het Reve, samen met George Orwell waar hij en beetje op lijkt, nog steeds mijn grote en onbereikbare voorbeeld. En voor de schrijver Maarten Biesheuvel was hij meer dan dat. Als Maarten weer eens in een psychose zat dacht hij dat Karel van het Reve God zelf was. Hij viel pas van zijn geloof af toen Karel met zijn auto in een sloot belandde. Een beetje God was dat nooit overkomen. Die was beslist over het water heen gereden.
12 december 2008
Jan Paalman