Gelopen race?
Toen het gerucht ging dat de vrouw van Julius Caesar het met een ander deed vroeg hij onmiddellijk scheiding aan. Of het gerucht waar was of niet maakte hem niet uit. Aliquid adhaeret, zei hij: er blijft altijd wel wat modder plakken. In Amerika, het nieuwe Rome, is het politieke moddergooien tot een ware kunst verheven. Geen wonder dat ze daar zeggen dat je van twee dingen niet wil weten hoe ze gemaakt worden: hamburgers en politiek.
Toen Ronald Reagan in 1980 achter lag op Jimmy Carter speelde hij onbeschaamd de rassenkaart. Dat kon hij niet onverbloemd. Hoe dan wel? Reagan ging fel tekeer tegen de welfare queens, de ongehuwde moeders die leven van een uitkering. Hij gebruikte een techniek die bij kenners bekend staat als het ‘hondenfluitje’. De nette kiezer hoorde Reagan niets onfatsoenlijks zeggen, maar de racistische kiezer begreep onmiddellijk wie hij bedoelde: zwarte dellen die op hun dikke luie reet blijven zitten en hun handje ophouden bij de hardwerkende belastingbetaler. Dat hielp. Reagan won.
Een andere techniek van heerlijke politieke slechtigheid is de pushpoll, de nepenquête, een uitvinding van de even geniale als gewetenloze Republikeinse mannetjesmaker Lee Atwater. Toen zijn kandidaat hopeloos achterlag in de peilingen organiseerde hij een enquête over de politieke tegenstander. Daarin stond de vraag: ‘Zou u op senator Dikes stemmen als u zou weten dat hij pedofiel is?’. Het antwoord interesseerde hem niet. Hij wilde alleen maar dat de kiezer bij Dikes aan pedofielen zou denken. En inderdaad. Er blijft altijd iets plakken. Dikes verloor.
Het bekendste slachtoffer van pushpolls is, jawel, John McCain. Bij de voorverkiezingen van 2000 lag McCain aanvankelijk dik voor op George Bush. Om het tij te keren stopte Charlie Condon, een mannetjesmaker van Bush, de volgende vraag in een nepenquête: Zou u op McCain stemmen als u zou weten dat hij een buitenechtelijk zwart kind heeft?’. Dat de beschuldiging nergens op sloeg maakte niet uit. Voor types als Condon is een speciale plaats in de hel gereserveerd, was het commentaar van McCain. De enquête deed hem de das om zodat wij acht jaar lang zaten opgescheept met ‘God’s geschenk aan de mensheid.’
En wie zit er nu in het campagneteam van McCain? Juist. Charlie Condon. En daarom krijgen kiezers nu telefonisch vragen voorgelegd als: ‘wat denkt u, is Obama een Moslim?’. Of: ‘ Zou u op Obama stemmen als hij zou toestaan dat pedofielen in de buurt van scholen mogen wonen?’.
Dit is nog geen gelopen race. Hoe kan het, zo vraagt Newsweek-magazine zich deze week af, dat Obama nog steeds geen straatlengten voor ligt? Hij heeft de wind mee – denk aan de crisis, de alom gehate Bush, de rampzalige Sarah Palin, enfin, het lijstje is ellenlang - en toch ziet Obama zijn tegenstander McCain nog steeds in zijn achteruitspiegel.
Het kan dinsdagnacht dus nog steeds spannend worden Acht jaar geleden stapte ik om halfvijf in bed in de overtuiging dat Gore had gewonnen en toen ik opstond was Bush president. It ain’t over ‘til it’s over, zeggen honkballers. Het is pas afgelopen als het is afgelopen.
Jan Paalman
31 oktober 2008