Derde leeftijd
Met de boekenweek zijn minstens drie dingen mis. Om te beginnen duurt de boekenweek tien dagen en geen week. Dan heeft men om propaganda te maken voor het Nederlandse boek een affiche gemaakt met een Engelse tekst. Engels! Wat is dat nou voor onzin? Een ontzettend flauwe woordspelerige tekst ook nog: ‘(p)ages voor you’. ‘Pages’ en ‘ages’, snapt u ‘m? ‘Pages’ slaat op boekenpagina’s en ‘ages’ heeft iets te maken met het thema van de boekenweek – de ouderdom - en dat alles ‘for you’. Maar de kroon spant het thema van deze boekentiendaagse: ‘Van oude menschen…. De derde leeftijd en de letteren’.
Derde leeftijd! Mijn God. In de jaren zeventig kwam er een vaginaalspray op de markt die in die ietwat preutsere tijden geen vaginaalspray mocht heten. De reclame verkocht het met een kutsmoes als een spray voor het ‘derde okseltje’. Nieuwe tijden, nieuwe taboes en het grootste taboe van deze tijd is de ouderdom. Oude mensen zijn niet langer oud, niet op jaren, niet bejaard of seniel, nee, ze zijn senior, 65plus of ‘een jongere van vroeger’ en leven Zwitserleverig heel gelukkig en eindeloos lang in de derde leeftijd. Ik wou dat het waar was, maar het is natuurlijk niet waar. We takelen allemaal af en gaan dan dood. Daarom is er geen jongere die met een hoogbejaarde zou willen ruilen ook al was die bejaarde schathemelrijk.
Toen de Zwitserse schrijver Max Frisch tegen de zestig liep begon hij in zijn dagboek over aftakeling en dood na te denken. De angst voor de dood heeft volgens hem plaatsgemaakt voor de angst voor de ouderdom. Daarom al die eufemismen en dat verhullende taalgebruik. Maar dit gebeurt niet uit respect voor de ouderdom. Juist niet. ‘Ons respect geldt nooit de ouderdom maar het uitdrukkelijke tegendeel.’ Kijk maar hoe we ouderen prijzen. Als we dat doen dan benadrukken we altijd dat ze nog iets kunnen. Ze zijn de mensen van het nog. Hij ziet er nog heel goed uit. Hij speelt nog een aardig potje tennis en hij heeft ze nog allemaal op een rijtje. Allemaal nog, maar hoelang nog?
In datzelfde dagboek richt hij een denkbeeldige club op, de Vereniging Vrijwillige Dood, voor iedereen die de definitieve aftakeling niet wil afwachten, compleet met ledenlijst, notulen en reglement. Wie teveel strafpunten verzamelt krijgt van het bestuur een seintje om er eens een punt achter te zetten. Strafpunten krijg je voor een toenemende drang om adviezen te geven. Of als andere mensen niet meer de moeite nemen om je tegen te spreken maar in plaats daarvan glazig naar het plafond staren. Of als je meer dan drie keer dezelfde jeugdherinnering ophaalt.
Het grappige is dat uiteindelijk geen van de acht leden vrijwillig uit het leven stapt. Als het menens wordt wijzen ze op excuusbejaarden als Picasso, Bertrand Russell en Titiaan die weliswaar heel oud en krakkemikkig waren maar toch nog heel goed bij de pinken. En Max Frisch hield zich ook niet aan de regels die hij zelf had verzonnen want hij stierf op 80 jarige leeftijd een natuurlijke dood.
Jan Paalman
21 maart 2008