Weg met artikel 137
Vrijheid van meningsuiting is in dit land niet meer wat het is geweest. Gisteren nog schreef CDA-Kamerlid Sybrand van Haersma Buma in de Volkskrant dat het vrije woord niet mag ontaarden in mensen onnodig pijn doen. Je hoort dit steeds vaker. Je moet voor andermans diepe gevoelens diep respect hebben en vrijheid van meningsuiting is prachtig, maar je moet er natuurlijk geen misbruik van maken.
Onzin. Wil de vrijheid van meningsuiting enige betekenis hebben dan moet die juist meningen beschermen die respectloos zijn, beledigend en smakeloos. Imam El-Moumni zei een paar jaar terug dat Europeanen lager staan dan honden en varkens omdat ze homo’s toestaan met elkaar te trouwen. Dat mag hij van mij, maar ik respecteer zijn ‘diepe gevoelens’ niet. Hetzelfde geldt voor het gereformeerde vroegere Kamerlid Leen van Dijke. Die zei tien jaar geleden dat een praktiserende homoseksueel niet beter is dan een dief. Daar kwamen die homo’s nog goed van af, want de bijbel zegt in Leviticus (20, 13) dat homo’s moeten worden afgemaakt. De essentie van de vrijheid van meningsuiting is niet dat je andermans gevoelens respecteert, maar dat je die tolereert, hoe idioot, achterlijk, belachelijk en smakeloos die ook zijn. Van mij mag iemand zeggen dat 1 plus 1 gelijk is aan 5, maar respecteren doe ik zo’n achterlijke sukkel niet. Overigens ben ik net als Haersma Buma tegen nodeloos kwetsen. Dat is hufterig, maar hufterigheid is in dit land niet strafbaar.
El-Moumni en Leen van Dijke werden vrijgesproken vanwege de vrijheid van godsdienst. CU-prominent Yvette Lont zei onlangs dat homoseksuelen de ‘geestelijke dood’ verdienen, maar hoeft vanwege de vrijheid van godsdienst niet bang te zijn dat tien agenten bij haar de deur komen intrappen. Bij Gregorius Nekschot gebeurde dat wel want die is van God los.
Onze veelgeprezen grondwet verdedigt de vrijheid van meningsuiting tamelijk slap. Artikel 7 zegt dat je alles mag zeggen ‘zonder voorafgaand verlof’ maar voegt er onmiddellijk dreigend aan toe ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet’. Censuur vooraf mag niet, maar censuur achteraf wel. Wie iets verkeerds zegt krijgt te maken met Artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht dat discriminerende opmerkingen verbiedt, een artikel dat in 1984 met een eenvoudige kamermeerderheid is toegevoegd om Hans Janmaat en ranzig rechts de mond te snoeren. Dat artikel zouden we maar beter kunnen schrappen.
We zouden een voorbeeld moeten nemen aan Amerika. Artikel 1 van de Amerikaanse grondwet verbied het verbieden van onwelgevallige meningen. Zolang je maar niet oproept tot geweld mag je daar alles zeggen. Het voordeel is dat als het ergens in het land begint te stinken je dat onmiddellijk ruikt. Niet de rechter maar het maatschappelijk debat moet de doorslag geven. En respect? ‘Natuurlijk moet je andermans geloof respecteren’, zei H. L. Mencken ooit, ‘net zoals we zijn theorie respecteren dat zijn vrouw beeldschoon is en zijn kinderen superslim.’
Jan Paalman
30 mei 2008