Van God los
Niemand heeft haar op Schiphol zien arriveren, niemand weet waar ze nu uithangt, ze heeft deze week haar mond niet opengedaan en toch zorgde Ayaan voor ouderwetse herrie in de Hollandse hut. Omdat het Journaal geen actuele beelden had zond het in arremoede oud beeldmateriaal uit, een stukje uit de beroemd-beruchte rede die ze vorig jaar in Berlijn hield. De eerste en uitgezonden zin luidde volgens de ondertiteling ‘Ik kom hier om het recht op beledigen te verdedigen’.
Fout. Dat zei ze helemaal niet. Ze sprak haar rede in het Engels uit en ze had het over ‘the right to offend’, wat niet het recht op beledigen betekent, maar het recht op aanstoot geven en dat is heel iets anders. Het is in deze steeds geloverige wereld eigenlijk onmogelijk om géén aanstoot te geven. Want waar je ook staat, je staat altijd wel op iemands lange tenen.
Het meest extreme voorbeeld is de Taliban. Dat je bij aanhangers van de Taliban als ongelovige, laat staan als afvallige, aanstoot geeft is ook voor ons bijna vanzelfsprekend. We kijken er niet eens meer van op. Maar zingen, neuriën, muziek maken en schaterlachen geeft daar ook al aanstoot. Vrouwen die kunnen lezen, schrijven en autorijden – allemaal aanstoot. Zelfs een vlieger oplaten is er ‘haram’, zo slecht dat het terdege bestraft moet worden. Meestal met de dood.
Maar ook in Nederland is het onmogelijk om lange tenen te vermijden. Niet eens om wat je doet, maar om wat je bent en de langste tenen zijn helaas Moslimtenen. NOVA vroeg aan Nederlandse Moslims wat zij van afvalligheid vonden. Driekwart beschouwde afvalligheid als een persoonlijke keuze, 38 procent vond afvalligheid niet in de haak. Tot zover geruststellend, want als Ayaan recht op aanstoot heeft, dan hebben Moslims dat ook. Een kwart zou met een afvallige alle contacten verbreken terwijl ‘slechts’ 6 procent van mening was dat je tegen afvalligen geweld mag gebruiken.
Van dat laatste schrok ik me een ongeluk. ‘Slechts’ 6 procent? Dat zijn 60.000 gekken, een stad zo groot als Alkmaar. Zouden de aanhangers van Wilders, 6 procent van alle kiezers, ook vinden dat geweld tegen andersdenkenden mag, dan zou er een golf van ontzetting door Nederland slaan.
Het debat over identiteit, integratie en tolerantie wordt bedorven omdat we er steeds de godsdienst bijhalen. Mohammed is een crimineel, zegt Ehsan Jami, een kinderverkrachter, aldus Ayaan. Wilders wil de Koran verbieden. Maar dat doet allemaal niet ter zake, wat kan mij die Mohammed schelen. De vraag die er toe doet, en die je elke nieuwkomer zou moeten stellen is deze: Gaat de wet van God boven de wetten van het land? Als hij ‘ja’ zegt dan is de nieuwkomer wat mij betreft niet welkom. Want welke God is dan de baas van het land? – Allah, Jahweh, Jezus? Wodan misschien?
Wij hebben godsdienstvrijheid omdat geen enkele God het hier voor het zeggen heeft. Daarom is godsdienst, driekwart van de Nederlandse Moslims is het daar gelukkig mee eens, een privézaak. En is de openbare ruimte, zoals het hoort, van God los.
Jan Paalman
5 oktober 2007
www.janpaalman.nl