Toch een foute show
Vrijdag een week geleden. Jos Collignon tekende een cartoon waarop BNN-voorzitter Laurens Drillich een macaber dansje maakte met de Dood, cartoonist Ruben Oppenheimer had twee niertjes in de aanbieding, en in mijn column van die dag schreef ik verontwaardigd over de Grote Donorshow die diezelfde avond zou worden uitgezonden. Maar, zo eindigde ik, stel je voor dat die Lisa niet bestaat. ‘Dat zou een meesterzet zijn’.
De volgende dag kon Laurens Drillich zich baden in de lof die over hem werd uitgestort: er is historische televisie gemaakt, dit is een geniale mediastunt, de hele wereld is op het verkeerde been gezet, en zo ging dat maar door. Ik was het daar eerst mee eens, maar nu niet meer. De Grote Donorshow was van alle kanten fout. Nog steeds.
Aan het begin van de show wandelt Lisa langs 25 levensgrote foto’s en kiest de drie uiteindelijke kandidaten. Dat ze haar nier niet aan rokers wil geven is nog wel te volgen. Maar dan gaat het mis. Ouder dan vijftig? Pats. Bij vijf foto’s gaat het licht uit. Geen beroep? Werkloos en in de steun? ‘Sorry hoor’. Weer vier kandidaten minder. Een kandidate wordt afgewezen vanwege haar oppervlakkige levensstijl. ‘Oh, ik zie dat ze veel chat. Dat voelt niet goed.’ Ouderen, werkelozen, steuntrekkers en hersenloze consumenten, kortom de losers van de moderne rattenrace, werden genadeloos geëlimineerd en bij elke keuze tussen meer- en minderwaardig leven klapte het publiek zijn handen blauw.
Maar het was toch nep? Oh nee, de Grote Donorshow was helemaal geen nep. De show was echt. Nu lopen in televisieland schijn en werkelijkheid wel vaker door elkaar, maar tot vijf minuten voor het einde was hier de schijn werkelijkheid. Want op een handjevol insiders na wist niemand dat Lisa een actrice was. ‘Ik heb sinds HAVO 3 nog nooit zoveel gelogen’, zei Drillich achteraf. Zelfs de voorlichters van BNN wisten van niets en bleven hardnekkig het onverdedigbare verdedigen. ‘Lisa’, zei presentator Patrick Lodiers, ‘het is een nek- aan nekrace, je gaat nu beslissen over leven en dood’. De miljoenen kijkers en het studiopubliek wisten tot op het laatste moment niet beter dan dat het ging om een echt gevecht op leven en dood en hebben daar in meerderheid met volle teugen van genoten.
Ik vind dit nog steeds verachtelijk. Zelfs voor BNN zou een show waar echt gevochten zou worden om een nier een stap te ver zijn. ‘Op het randje’, zo karakteriseerde Drillich aanvankelijk zijn project. Aan het eind van de uitzending zei Patrick Lodiers: ‘We geven vanavond geen nier weg. Dat vinden wíj zelfs te ver gaan.’ En Drillich later over Lodiers: ‘Als we Patrick naar voren schuiven dan is het toch raar dat we een walgelijk programma zouden maken?’ Kan zijn. Maar dat walgelijke schouwspel heeft zich wel degelijk in de hoofden van de kijkers afgespeeld.
‘Toch merkwaardig’, zei Drillich nog, ‘dat er heel wat mensen waren die de show niet te ver vonden gaan’. Ik vind dit niet merkwaardig. Ik vind dit angstaanjagend.
Jan Paalman
8 juni 2007
www.janpaalman.nl