Sinistere Seventies


‘Kijk eens, daar was ik ook bij.’ Een man, buikig en kalend, stoot zijn vrouw aan en wijst trots en vertederd naar het beeldscherm. Een massa langharige studenten scandeert in marstempo zijn eisen aan het bestuur van de Nijmeegse universiteit. Boven hen wappert een rode vlaggenzee. Politiehonden blaffen. Nijmegen beleefde in de jaren zeventig roerige tijden en wie dat nog eens wil meemaken kan terecht op de tentoonstelling ‘De 70’s, Tien krejatieve aksiejaren’ in het Valkhofmuseum.



‘Het was tien jaar zomer, niet gehinderd door kerk, ouders of regenten’, zegt Frank van der Schoor in de volkomen kritiekloze catalogus. Tien jaar zomer? Voor mij, student en gematigd links, waren de ‘seventies’ in Nijmegen een ramp. Gebeurde er dan niets aardigs? O jawel. Duizend bloemen bloeiden hier – rechtswinkels, straatmuziek, ‘tejaters’, kraken, Filmhuis, Doornroosje – maar die bloemen bloeiden toen overal in Nederland. Wat Nijmegen uniek maakte was het karakter van die tien jaar zomer. De spraakmakende studentengemeenten sloegen bijna zonder uitzondering het ultralinkse, totalitaire pad in en het leeuwendeel van de studenten hobbelde daar suffig achteraan. ‘We waren zo verschrikkelijk links. De een was nog linkser dan de ander’, zegt een stem op de tentoonstelling.

Wat mij toen verbijsterde was dat medestudenten, ‘die net waren ontworteld van ouders en kerk’, zich massaal in de armen stortten van nieuwe autoriteiten. Ze waren niet ongelovig, ze werden andersgelovig. Ze volgden nieuwe bisschoppen, studentenleiders, en nieuwe onfeilbare pausen – Marx, Mao, Engels, Lenin, Fidel, Che, Baghwan, Althusser, Dieter Duhm, ‘Daar in Nijmegen zijn ze van de ene biechtstoel de andere ingelopen’, hoonde Karel van het Reve.

Invloedrijke studentenleiders als Paul Scheffer en Gabriel van den Brink – nu stoere verdedigers van burgerlijke waarden en normen – sloten zich bij volle bewustzijn aan bij de communistische en zeer ondemocratische CPN. Terwijl de massamoord in het China van Mao een orgastisch hoogtepunt bereikte omarmde de SP het misdadige Maoïsme. Bij de faculteiten Gogie en Logie werd er geen scriptie ingeleverd of Marx en Lenin – een psychopaat, aldus Bertrand Russell - prijkten prominent op de literatuurlijst. Tientallen merkwaardige en zeer autoritaire sekten, zoals de Baghwan en de AAO, bedienden de zwevers onder de studenten. Feest? Nijmegen leek wel een open inrichting.

Ze deden wel heel krities, die studenten, maar het ontbrak hen totaal aan intellectuele nieuwsgierigheid. Wat buiten hun nikkelstalen gelijk viel interesseerde hen niet. ‘Waarom zou ik die boeken van jou lezen als alles al bij Marx te vinden is?’, zei een vriend tegen me. Dat in die jaren het ei van het neoliberale marktdenken werd uitgebroed ontging hen totaal en toen dat ei uitkwam hadden ze daar geen enkel weerwoord op. Wat over blijft zijn wat plakkaten, herfstbladeren van de ultralinkse storm die in Nijmegen woedde. Een tienjarige rel in een Roomse kostschool, meer was het niet.

7 sept 2007
Jan Paalman



www.janpaalman.nl