De laatste illusie
De wetenschap heeft ons van heel wat egostrelende illusies beroofd. Ooit was de aarde het middelpunt van het heelal en waren wij de kroon op de schepping. Nu weten we beter. De aarde draait om een onbetekenend sterretje in een uithoek van de Melkweg dat op zijn beurt een afgelegen hoekje van het heelal bewoont tussen honderd miljard andere melkweggen. Biologen hebben de kroon van ons hoofd gestoten door ons bij de zoogdieren in te delen.
En nu dreigt onze laatste illusie er aan te gaan. Dat we zoogdieren zijn kan dan wel waar wezen, maar we konden ons altijd troosten met het besef dat we heel bijzondere zoogdieren zijn. Wij hebben een bewustzijn en een vrije wil en de andere dieren hebben dat niet. Heel bijzonder toch? Een nieuwe wetenschap betwijfelt of dat waar is. Hebben we wel een bewustzijn? Hebben we een vrije wil?
Dankzij de PET-scan zijn neurowetenschappers, de ontdekkingsreizigers van ons brein, in staat om onze hersenspinsels zichtbaar te maken. Ze doen proefjes met mensen en op de scan kun je dan gelijk zien waar in ons brein een lampje gaat branden. Zo brengen ze de menselijke hersenen in kaart. Een van de opvallendste bevindingen is dat onze hersenen, hoe oud ook, nooit af zijn. Ze zijn kneedbaar en veranderen voortdurend.
Onder neurowetenschappers woedt een felle discussie over bewustzijn en vrije wil. Ons bewustzijn is geen mannetje in onze bovenkamer dat alles in de gaten houdt, daar zijn ze het allemaal wel over eens. Maar wat is het dan wel? Is het bewustzijn niet meer dan een ‘grandioze illusie’, zoals Susan Blackmore beweert, een toevallig bijproduct van het brein? En hoe kun je over een vrije wil beschikken als 90 procent van ons denkwerk wordt verricht door zenuwnetwerken waar ons bewustzijn geen toegang tot heeft?
Neurowetenschappen zijn ‘hot’. Sexy. En hun laboratoriumbevindingen worden maatschappelijk steeds belangrijker. In Amerika is de neurowetenschap al de rechtszaal binnengedongen. ‘Ik kon er niets aan doen, edelachtbare, het was de schuld van mijn hersens.’ Het gevaar dreigt dat als wetenschap vermomde neuro-onzin zich steeds breder maakt. In Amerika is het heel gewoon dat ouders de hersens van hun babies trainen met een overvloed aan informatie. Hier in Nederland doet Ad Visser goede zaken met zijn ‘brainsessions’. En het Algemeen Pedagogisch Centrum, een adviesbureau dat honderden scholen begeleid, gelooft heilig in de flauwekul van het hart-breinleren.
Ik vrees dat de neurowetenschap een veel te grote broek aantrekt. Dat ze laboratoriumbevindingen te makkelijk vertaalt in maatschappelijke toepassingen. Neem nou de neurobestseller van het jaar ‘Het maakbare brein’. ‘Gebruik je hersenen en word wie je wilt zijn’, belooft de neuropsycholoog Magriet Sitskoorn. Je brein is kneedbaar, en pagina na pagina legt ze uit hoe oefening de werking van bepaalde hersendelen steeds efficiënter maakt. Toch een beetje magere boodschap. We wisten toch al dat oefening kunst baart en dat rust roest?
Jan Paalman
16 november 2007