Einstein generatie?


Disneyland Parijs is me gelukkig bespaard gebleven, maar verder kwam ik er als vader zijnde niet onderuit om de gebruikelijke rondgang te maken langs alles wat kinderen leuk moeten vinden. Nemo in Amsterdam, de Efteling natuurlijk, de beker van Six Flags heb ik goddank aan mij voorbij kunnen laten gaan, verder Burgers Zoo, het Land van Ooit en onvermijdelijk bracht ik een paar zonnige zomermiddagen in het Openlucht Museum door.
 


Een van de attracties daar is de stoomzuivelfabriek Freia uit 1879 en de hoofdattractie van de fabriek is de stoommachine. Daar is het altijd dringen. Kinderen, jongetjes vooral, en ouders, meestal vaders, die vol ontzag toekijken hoe de machtige machine het sissende stoom dwingt om een enorm vliegwiel te laten draaien dat op zijn beurt met drijfriemen alle machines in het gebouw in beweging zet. Een feest voor het oog, zo’n stoommachine. De onverstoorbare cadans van blinkend koper, van draaiende krukassen en heen en weer schuivende zuigerstangen, blijft je oog gevangen houden. En je ziet voor je ogen gedemonstreerd hoe 19de eeuws ingenieursvernuft brute natuurkracht omzet in bruikbare energie.

Toen ik even later weer in de felle zon stond viel me iets op. Ik zag enkele kinderen en volwassenen met een mobiel aan het oor en bedacht dat van die technologisch veel hoger staande apparaten geen enkele fascinatie uitgaat. Een mobieltje is gewoon een electronische kraan waar spraakwater uitkomt. Meer niet. Je kunt, anders dan bij die stoommachine, niet aan de binnenkant afzien waarom het werkt zoals het werkt.

Een merkwaardig paradox. Hoe machtiger onze techniek, hoe onzichtbaarder die wordt. Dat komt, denk ik, omdat hightech apparaten niet meer gevuld zijn met begrijpbaar mechanisch beweeg maar met een onzichtbare grondstof. Want de alomtegenwoordige chip bevat weinig meer dan in silicium gestolde wiskundige logica. Zonder die onzichtbare grondstof doen mobieltjes er het zwijgen toe en vallen vliegtuigen te pletter. Omdat wiskunde onzichtbaar is boeien die apparaten ons niet echt.

Fanate liefhebbers van techniek zijn daarom bijna altijd liefhebbers van 19de eeuwse ingenieurstechniek. We kijken nog altijd met ontzag naar machtige stoomlocomotieven, dé uitvinding van de 19de eeuw. Spoorsexuelen kun je nog steeds met een aantekenboekje in de hand langs het spoor aantreffen en vliegtuiggekken, spotters, zijn gek op een al honderd jaar oude uitvinding. In het Londense Science Museum is het altijd dringen geblazen bij technische hoogstandjes van lang vervlogen tijden en nooit bij, pakweg, een rijtje desktop computers van anno 1975 tot nu. Iets saaiers kun je je niet voorstellen.
 


Misschien is dat de reden waarom de jeugd niet meer voor bčtavakken kiest . De ‘Einstein-generatie’ nota bene, een generatie die steeds minder voelt voor vakken waar Einstein juist in uitblonk. Op een van zijn bekendste foto’s steekt hij lachend zijn tong uit. Naar wie? Naar de Einstein-generatie?

Jan Paalman
9 november 2007



www.janpaalman.nl